Inleiding
Toen we dertig jaar geleden van start gingen met het uitzoeken van de geschiedenis van het oude dametje onder de studentenclubs, moesten we het stellen met een bierkaartje met enkele namen van oud-voorzitters en enkele niet-geïdentificeerde vergeelde foto’s. Voor heel wat historici was het een overigens een uitgemaakte zaak dat het een onbegonnen opdracht was om het verleden van de club alsnog te reconstrueren. Er is niet enkel het weinig formele karakter van een lokale studentenvereniging en het feit dat zo’n studentenclub vrijwel elke vijf jaar een volledig ledenbestand telt. Ook niet de harde realiteit dat alle tastbare herinneringen van het clubleven na het afronden van hun studies door de leden naar het thuisfront worden meegenomen en daar decennia later bij verhuis of overlijden naar het containerpark verdwijnen. Daarbij komt dat bij twee grote oorlogen steden als Leuven en Aarschot één of twee keer compleet werden verwoest. Heel wat huizen van de Hagelandse voormannen die ondertussen ook maatschappelijk een voorname rol speelden, werden tijdens de twee grote oorlogen tijdelijk ingepalmd, vernield of in brand gestoken. Kortom: redenen genoeg om aan te nemen dat over een queeste naar de geschiedenis van Ons Hageland – Bessemclub zinloos was. Maar mits de nodige volharding en een onorthodoxe onderzoeksaanpak met een hoog ADHD-gehalte, hebben uiteindelijk toch tot een mooie resultaat geleid. Maar een geschiedenis is nooit af. Niet enkel komt er elk jaar een hoofdstuk bij ook uit het verleden duiken nog met de regelmaat van de klok foto’s, documenten of informatie op die telkens opnieuw een nieuw licht werpen op een soms heel ver verleden. Daarnaast is het schrijven van een geschiedenis van een studentenclub ook een les in bescheidenheid. Echt alle verhalen, namen en ooit beschikbare documentatie terugvinden zal niet meer lukken. Bovendien is zelfs een verhaal reconstrueren van een kleine groep studenten quasi onmogelijk aangezien voor elke student de beleving en de intensiteit van het engagement verschillend is. Waren ze bij de club uit politieke of ideologische overwegingen, voor de vriendschap, voor de leuke feesten, als een vlucht, uit sociale druk, uit streekfierheid… We zullen het nooit weten. Wat we wel zeker weten is dat de Hagelandse studenten ondertussen al meer dan 150 jaar hun stempel drukken op het studentenleven.
1. De stichtingsjaren (1874-1880)
Hoogstudentenclub Ons Hageland werd opgericht in de loop van het academiejaar 1874-1875. Het is daarmee de oudste nog bestaande studentenclub aan de Leuvense katholieke universiteit. De eerste leden van de vereniging waren zonen van rijke herenboeren en van notabelen (dokters, notarissen, hoogleraren, juristen en politici) uit de streek. De oprichting gebeurde in een periode die gekenmerkt werd door een hevige politieke strijd tussen katholieken en liberalen. In heel wat (Hagelandse) steden kwam het regelmatig tot zware vechtpartijen, vernielingen en brandstichtingen langs beide kanten. De Leuvense studentenpopulatie bestond in die tijd bijna uitsluitend uit jongens die een goede opleiding hadden genoten in katholieke colleges of in de klein seminaries. Voor hen waren de ‘respectloze’ liberalen de absolute vijand.
Die liberalen waren vaak nieuwe rijken die kapitaal hadden gemaakt met grote fabrieken in de steden. Ze bouwden daar telkens een lokaal netwerk uit van bedrijfsleiders, toeleveranciers en andere afhankelijken. Ze wilden de macht van de Kerk, de gevestigde katholieke aristocratische en welstellende katholieke families breken. Daarbij moesten alle katholieke scholen, de Kerk, de bemoeizuchtige pastoors, de oubollige tradities en de macht van de oude rijken allemaal weg. De katholieke studenten waren furieus. Hun geliefde colleges – die qua kwaliteit vele niveaus beter waren dan het alternatief van het liberale staatsonderwijs – lagen onder vuur. De tradities, de christelijke normen en waarden, het geloof, de rol van de priesters en ook de status en macht waar hun voorouders zo hadden voor geknokt, lagen plots allemaal onder vuur. Het is in die context dat katholieke studenten in Leuven verzamelden in het lokaal van de Katholieke Kring in Leuven. Dat lag eerst aan de Rattemanspoort, later in de Tiensestraat.
Aan de hand van de namen van de Hagelanders die in die periode waren ingeschreven en de namen van de katholieke burgemeesters in de streek enkele jaren later, kunnen we enkel maar concluderen dat heel wat streekgenoten uit de beginfase actief betrokken waren met de katholieke strijd.
Tijdens de eerste wereldoorlog zou de club geen werking kennen. Dit was het logische gevolg van het feit dat de universiteit zelf de deuren sloot en de meeste studenten waren opgeroepen om het “vaderland” te dienen aan het westfront.
2. Het Interbellum (1919-1939)
Van 1919 tot aan het bombardement van begin mei 1944 hield Ons Hageland- Bessemclub maandelijks club in het bovenzaaltje van de Patria, een complex met gelagzaal en feestzaal van de vroegere katholieke partij, op de Tiensestraat, tegenover het college De Valk.
Naar het einde van de jaren 30 toe was de club in ledenaantal geslonken. Onder het bestuur van Robert Lerut (37-38) werd daarom besloten de clubvergaderingen in de namiddag te houden. Uit Ons Leven (nr. 51,07-11-’38) weten we bvb. dat Ons Hageland op 9 november club hield om 15u. in de Patria. In hetzelfde nummer is er ook sprake van een galabal op 20 november 1938. De kleuren in die tijd waren wit-dubbelzwart-wit. De Aarschotse had toen de kleuren wit- zwart-wit. Andere thuisclubs waren de Diesterse club en de Bietenclub.
Toen er een reele oorlogsdreiging ontstond en tijdens de oorlog zelf vonden de vergaderingen nog op regelmatige basis plaats (een maal per maand), maar was er toch duidelijk minder plaats voor zang en leute. Het was zelfs moeilijk in die periode om aan linten te geraken. Men moest zich maar behelpen met stof die men ergens op de kop kon tikken. Een schild was er niet, wel een vaandel en een roldersvlagje Een uitzondering op alle miserie vormde een uitstap in 1943. Een van de leden had toen kennis met een brouwersdochter in Veltem. De brouwerij was toen opgevorderd om bier te brouwen voor Duitse soldaten met door de Duitsers geleverde mout. Hiervan werden regelmatig vaten opzij gehouden voor bevriende kringen. De club mocht een bezoek brengen en werd getrakteerd, wat door het niet meer vertrouwd zijn met bier op korte tijd voor een uitgelaten bende zorgde. Een schacht liet zelfs een kostbare en op dat moment niet vervangbare 3m hoge thermometer vallen. Tegen het einde van de oorlog zou de club zich desondanks goede contacten onderhouden met verschillende brouwerijen. De club kon zich zo profileren als een echte “zuipclub”. Dit is ook de reden waarom in die periode een hele resem West-Vlamingen bij de Bessemclub kwamen. De club telde in die periode zo’n 50 a 60 leden.
3. WO II (1940-1945)
In dit zaaltje hingen alle foto’s die jaarlijks van de leden gemaakt werden door een schichtige fotograaf uit de Mechelsestraat die door iedereen “Klutterbuk” werd geheten. Jozef Frederickx (senior ’43-’44) kon nog wat heinneringen ophalen aan de tijd in de Patria: “Er was een volledig zotte cafebaas, afkomstig uit Moeskroen of zo, die bekend was in het Leuvense omwille van zijn “ovobiologie”. Hij beweerde dat alles ontstaan was uit het ei. Op een dag had men de Patria afgehuurd om hem zijn verhaal te laten doen tot groot plezier van de aanwezige menigte. De zaal zat afgeladen vol en halfweg de voorstelling vlogen de eieren in het rond en heel de zaal was besmeurd. Er hadden er zelfs een levende kip naar voren gesmeten.”Begin 1944 kon senior Jozef Frederickx voor een memorabele lustrumweek zorgen : een club met het zeldzame bier, een pensenkermis, een bal in de hallen van Diest en een uitstap naar de blauwe Duif in Linden. Twee maanden later legde het fameuze bombardement alle activiteiten stil tot januari 1945. In 1944 zou de Patria door het bombardement op Leuven zwaar beschadigd raken. Andere geliefde studentenlocaties in die tijd waren het Vlaams Huis op de Bondgenotenlaan en de Lyrique.
De club ging na de oorlog op de ingeslagen weg verder. De activiteiten gingen meestal in Leuven door. De meeste leden navetteerden en moesten als er een clubactiviteit was logeren bij vrienden.
Ons Hageland verdween na 1956 van het toneel in Leuven van het toneel. Het zou tot ’67 duren vooraleer Erik Van Hoeck het idee opvatte de club herop te richten : “Zelf was ik eerst bij Noord- Brabant. Nadien werd ik senior van de Brabantse gilde en vandaaruit kwam de idee om Ons Hageland terug wat leven in te blazen. De wit-zwarte kleuren waren nog bekend. Tevens was er nog een beetje contact met Mon de Goeyse. Het merendeel van de leden waren aanvankelijk Noord-Brabanders en dergelijke, maar stilaan ontstond er toch een ruime echte Hagelandse kliek. Het aantal activiteiten bleef beperkt tot enkele per jaar. Leden waren o.m. Urbain Wellens uit Diest of Aarschot en Descurieux van Meise”.
Tijdens de linkse bezetting van de jaren ’70 verdwenen er verschillende SK-clubs. Ons Hageland was een van de slachtoffers. Hagelanders die in die tijd in Leuven studeerden zochten onderdak bij andere Brabantse clubs. Als “extra muros” konden zij evenwel geen bestuursfuncties op zich nemen.
4. De jaren 1980
Heroprichter Valere Oversteyns v. Klink wilde Ons Hageland terug als een volwaardige club binnen het SK. Het bleek een moeilijke bevalling te worden, want het eerste jaar bleef de werking eerder beperkt. Totdat in 1984 enkele moedigen – voornamelijk KVHV-ers – meewerkten aan de verdere opgang van de club. Onder Lenin was het ledenaantal al verdrievoudigd. Met haar 24 leden was Ons Hageland de tweede grootste club van de Brabantse gilde. Een nieuwe bloeiperiode was aangebroken. De senior had goede contacten met het Heilig Drievuldigheidscollege van Leuven en wist maar liefst 9 oud-studenten mee te motiveren om schacht te worden van Ons Hageland. Na Lenin zou Vlam senior worden. Over de rechtlijnigheid, strijdvaardigheid en eloquentie van die laatste doen nog steeds verhalen in Leuven de ronde. Het clubjaar kreeg doorheen de jaren steeds meer een vaste vorm. Absolute hoogtepunten waren de Dies Natalis-viering en het jaarlijkse galabal. Prostaat en Skaat bouwden het galabal in de Diestse stadshallen uit tot een groot succes.
De jaren 1990
In 1990 hield Macho een ludieke verkiezingscampagne : “Oprichting van een grote villa die zal fungeren als hoofdkwartier waar alle Groot-Hagelandse gedachten zullen gebundeld worden. Wij zullen de grote muziekband “De Hagelander” oprichten en plaatjes drukken van codexliedjes. Er zal een eigen postkantoor worden opgericht voor het bevorderen van de communicatie binnen het Groot-Hageland. Drankzucht zal opwemelen tot motivatie om sponsoring te zoeken. Omdat we moderndenkend zijn, zullen we voortaan pintjes in het Brabants Gildehuis per computer laten bestellen. Samenspannen voor de eenmaking tot een groot Hageland en het verdringen van alle andere gedachten. VOTE MACHO ! ! !” Pens won de verkiezingen. Het bal bleef dat jaar nog in de Diestse stadshallen. Vermeldenswaardig is ook de geslaagde fietsrolling die Pens dat jaar organiseerde alsook een rondleiding door Leuven die geleid werd door Volondat. Zoals de rest van de Brabantse Gilde was Ons Hageland dat jaar gehuisvest in de Pipe. Het cafe bleek echter niet goed bestand tegen studentikoze excessen. Halverwege het jaar stortte heel het gebouw in. Als bij wonder vielen er geen gewonden en bleef het schild van het Hageland, als een van de weinige, helemaal intact.
Een nieuwe generatie o.l.v. Beaufort (Senior ’91-’92) en Egel (Senior ’92-’93) zou Ons Hageland sterker bewust maken van traditie en stijl. Vanaf begin jaren ’90 zou de codex weer terrein winnen op de anarchistische tendenzen in de club. Midden jaren ’90 kende Ons Hageland een serieuze terugval in haar actief ledenbestand wanneer een hele generatie samen uit Leuven vertrok.
Aan Stefaan Van Baelen (Prim) kwam in het academiejaar 1995-1996 de eer toe de club als senior gered te hebben door twee nieuwe schachten op te leiden, Eenzaad en Paulus, die aan de basis zouden liggen van een nieuwe generatie. Deze nieuwe generatie werd groot gebracht in de Ad Fundum op de Oude Markt, waar Jef -met of tegen zijn goesting- sloten Jupiler tapte.
Met Koen Cuppens (Paulus) kreeg Ons Hageland in het academiejaar 1996-1997 een achterneef van priester Cuppens uit Loksbergen aan het commando van Ons Hageland.
Eenzaad (Senior 1997-1998) zou het galabal terugbrengen naar de Salons Georges op het Hogeschoolplein in Leuven. Een bal dat niet alleen herinnerd wordt omwille van de goede opkomst en dito ambiance maar vooral omwille van de exclusieve zalm die op het menu stond. Hetzelfde jaar zou Bleu als kersverse commilito verkozen worden tot senior van de Brabantse. Het had veel voeten in de aarde gehad om het zo ver te krijgen. Bleu had een fotoboek gemaakt voor de gilde, er volgde een grote affichecampagne en tenslotte trachtte Eenzaad achter de coulissen van de kiescantus zelf de onbeslisten over de streep te trekken, met een kist sigaren in zijn handen. Bleu zou uiteindelijk met een stem verschil winnen van Pee Dirix.
Johan Van Eylen (Contra) kreeg in 1998-1999 de opdracht het lustrumjaar uitgebreid te vieren. 125 jaar ons Hageland werden herdacht tijdens een lustrumweek waarin de Brabantse getrakteerd werd op een fuif, een aantal gratis vaten, een busrolling door het Hageland, ontvangst door de burgemeester op het stadhuis van Tienen en op het gemeentehuis van Hoegaarden. De week werd afgesloten met het bal in de salons Georges. Als Prins Carnaval van de Brabantse, verloor Petos, hetzelfde jaar nipt de carnavalsverkiezing van het SK.
Als Kristof Debecker (Bleu) het volgend jaar senior werd was de club terug 17 man sterk. Een van de hoogtepunten dat jaar bestond uit een Dead Poet Society-avond waarop de rest van de Brabantse zich ook had uitgenodigd zodanig dat de nachtelijke escapades van het Hageland de volgende dag de krant haalden.
De jaren 2000
Met Barry Kolenaar (Gonzo) kreeg Ons Hageland in 2000-2001 voor het allereerst een Nederlander als preses. Dat was niet een gevolg van een gebrek aan een Hagelandse kandidaat. Integendeel, het werd één van de spannendste bestuursverkiezingen van de voorbije jaren. De verkiezing van Kolenaar – toen bijna afgestudeerd als kaakchirurg – was een uitloper van een periode van nauwe vriendschapsbanden die al sinds de periode van preses Eenzaad waren ontstaan met een meerdere leden van Hollandia, de studentenclub van Nederlanders aan de KU Leuven. Commilito Kolenaar leek op dat moment gewoon de meest ervaren kandidaat. Bovendien was het een knipoog naar de ‘Groot Nederlandse Gedachte’ of was het de ‘Groot Hagelandse Gedachte’. Aangezien de clubkas na twee dolle clubjaren vol activiteiten en festiviteiten vrijwel leeg was, opteerde de preses voor matigheid en zuinigheid. Kortere gratis clubavonden, meer gezellige etentjes op kot en een besloten Gala-soirée (in plaats van een galabal) in de Artmania op de Oude Markt waren daar voorbeelden van.
Dat de studentenclubs ondertussen in uiterste moeilijke tijden waren beland, werd duidelijk toen in 2001-2002 Gert Vandegaer (Petös) aan het commando kwam. Vandegaer was als volbloed Hagelander ook al enkele jaren commillito van thuisclub Hagelandia. Als preses van Ons Hageland had niet enkel de pech geconfronteerd te worden met een generatiewissel waarbij heel wat leden Leuven definitief verlieten. Bovendien werden de gevolgen van enkele (maatschappelijke) veranderingen van de voorbije jaren duidelijk: de komst en inburgering van de gsm, het internet, email en chatboxen hadden het studentenleven grondig veranderd. De faculteitskringen verstevigden jaar na jaar hun werking en hun fakbars waren ondertussen vaak uitgegroeid tot volwaardige en drukbezochte cafés. De gewone horeca-uitbaters kregen het jaar na jaar moeilijker, de bierprijzen stegen, studentencafés lokten steeds minder volk, lokale handelaars hadden niet meer de financiële ruimte om de lokale clubs te sponsoren voor hun jaarlijkse bal en studentenclubs telden steeds minder nieuwkomers. Kotfeestjes – waarbij drank en snacks uit de Colruyt kwamen – werden de standaard. Voor de zoveelste keer in de geschiedenis leek het tijdperk van de studentenclubs voorbij. Ondanks het uitblijven van nieuwe schachten, vormden onder meer de Peroket in de Tiensestraat en clubcafé De Vagant het decor van heel wat leuke clubavonden. Het galabal werd samen met Vader Hageland georganiseerd in de Sint-Barbarazaal in Kumtich.
Omwille van het uitblijven van een nieuwe garde kreeg Ons Hageland in het academiejaar 2002-2003 een ervaren rot als voorzitter. Laurens Dumont (Pinky) was voordien al preses geweest van Lovania en van het overkoepelende Seniorenkonvent (SK). De rechtenstudent was bovendien al vele jaren commilito van de Hagelandse club. De wekelijkse clubavonden vonden nog steeds plaats in De Vagant op de Vismarkt. Omdat vrijwel alle clubs binnen het SK en de Brabantse Gilde, maar ook verenigingen als het KVHV en de NSV!, kampten met een tekort aan nieuw bloed, zochten ze elkaar allemaal op, hetgeen leidde tot veel leuke gesprekken, toffe avonden en samenwerkingsinitiatieven. Vanuit het SK kwam er een gezamenlijke schachtenwervingsactiviteit op de Grote Markt en aan het einde van het academiejaar werden zelfs de Vlierbeekfeesten nieuw leven ingeblazen. Voor het galabal keerde Ons Hageland terug naar het vertrouwde Wakkerzeel.
De jaren 2010
Maarten Mallants (Bagaar) werd verkozen als voorzitter van de club voor het academiejaar 2010-2011.
De preses van het academiejaar 2011-2012 was Glenn Croes (Tinker). Na nieuwjaar verhuisde de club naar De Kemel op de Oude Markt. Op 31 maart 2012 sloot de vertrouwde De Vagant definitief de deuren. Het galabal vond plaats in zaal Camargue in Bertem.
Het preseslint tijdens het academiejaar 2012-2013 was voor Jonathan Van Beeumen (Garanti). Het galabal vond voor de laatste keer plaats in zaal Camargue in Bertem.
Na het zeer geslaagde jaar volgde Jonathan Van Beeumen (Garanti) zichzelf in 2013-2014 op als clubpreses tijdens het lustrum. Het galabal vond plaats in het Monnikenhof in Geetbets. Het werd een druk clubjaar.
Met Robert Kleverlaan (Kermit) kreeg Ons Hageland in het academiejaar 2014-2015 voor de tweede keer in haar bestaan een Nederlander als preses. Het jaarlijkse galabal vond plaats in het Craywinckelhof in Lubbeek.
Jens Peeters (Vites) was de preses van het academiejaar 2015-2016. Het galabal vond plaats in de Waterhoek in Geetbets.
Met Pieter Coenen (Panzer) kwam de preses in het academiejaar 2016-2017 uit Tienen. De Dies Natalis vond dit jaar plaats in Diest. Het galabal vond plaats in de Waterhoek in Geetbets.
Ruben Persoons (Volt) was preses in het academiejaar 2017-2018. Ons Hageland verhuisde van ’t Adje in de Zeelstraat voor ’t Vervolg op het Pater Damiaanplein
In het academiejaar 2018-2019 was Thomas Carvalho preses. De club verhuisde dit jaar van ’t Vervolg op het Damiaanplein naar De Weerelt op de Oude Markt.
Tijdens het academiejaar 2019-2020 was Anthony Dudley (Rubbel) de preses van de Hagelanders. Dat het bevreemdende tijden waren werd al duidelijk nog voor het academiejaar was begonnen. De media overspoelden het land met een zelden geziene lawine van links activisme: klimaatacties, politieke correctheid, wokeness, Black Lives Matters, anti-Trump en anti-nationalisme kleurden het nieuws. Op zich niets waar de Hagelandse studentenclub iets mee te maken had. Maar sinds de dood van Sanda Dia tijdens een doop van Reuzegom,werden ook alle andere studentenclubs uitermate kritisch en negatief bekeken. Elke foute uitlating of politiek incorrecte activiteit kon meteen een publiek proces betekenen, zelfs voor een kleine apolitieke studentenclub als Ons Hageland. Dat werd dan ook tijdens de zomer al duidelijk voor Thomas Lomelino (Anuna) die aanvankelijk was verkozen als preses voor 2019-2020. Na een allicht ongepast doch banaal privé chatincident, besloot de jonge dame publiekelijk in de aanval te gaan en meteen werd Anuna door de online inquisitie uitgebreid doorgelicht. Om als club niet meegesleurd te worden in dit wansmakelijk gebeuren, werd in onderling overleg beslist dat Rubbel het presesschap zou opnemen. Die maakte er een geslaagd clubjaar van. Na het ondertussen traditionele werkweekend op de Sanicole Airshow, volgde een openingsactiviteit, een oud-ledenbezoek bij Beaufort in Gent en de clubmonopoly-avond. De Dies Natalis vond dit jaar plaats in Tienen. Na een stadsbezoek met gids en receptie met Tiense streekbieren werden de benen onder tafel geschoven voor een diner in de Cognito op de Grote Markt. Ons Hageland was dit jaar met Boerswa – als gildesenior en quaestor van het SK – ook heel actief binnen de koepels. In het tweede semester stonden onder meer een oud-ledencantus en een spelletjesavond met Vader Hageland op het programma. De rest van het clubjaar verliep echter in mineur. Het coronavirus SARS-CoV-2 dat al enkele maanden het nieuws beheerste werd begin februari 2020 ook in ons land gesignaleerd en wat in de daaropvolgende weken en maanden volgde leek wel uit een post-apocalytische film te komen. Plots leefden we in een wereld vol mondmaskers, ontsmettende handgels, gesloten scholen, strenge maatregelen, verbod op evenementen, test-kits, QR-codes, verregaande regels, richtlijnen en verboden… De mensen werden door de media overspoelt met alarmerende berichten en bleven bang en verbouwereerd achter. In zo’n klimaat was de zin en mogelijkheid tot een aangenaam clubleven uiteraard weggenomen en het merendeel van de activiteiten – waaronder het geplande galabal in Geetbets en de Beiaardcantus van de Bietenclub in Tienen – geannuleerd.
De jaren 2020
Na de complexe situaties van het voorbije academiejaar, kwam preses Jeroen Van Der Putten (Lam) tijdens het academiejaar 2020-2021 voor nog meer ongekende uitdagingen te staan. Bij het begin van academiejaar leek het anders zo levendige Leuven net als de rest van het land wel bezet gebied. De overheid legde naar aanleiding van een coronapandemie draconische maatregelen op, die het gewone leven maandenlang in hun greep hielden. Mondmaskers werden verplicht, winkels moesten dicht, er kwam een avondklok, feestjes werden verboden…Voor de actieve leden zat er weinig anders op dan zich te schikken naar deze nieuwe realiteit. Door wat creatief te zijn slaagden ze er in om toch heel wat leuke avonden te organiseren. De coronaperiode veroorzaakte bij de oud-leden voor heel wat tweespalt. Het ene kamp volgde de lijn van de overheid met de maatregelen, mondkapjes en vaccinatiecampagnes, terwijl een andere groep heel kritisch stond tegenover heel het gebeuren. Begin oktober mochten er tijden de clubavonden slechts 4 personen aan 1 tafel zitten. Eind oktober moest zelfs overgeschakeld worden naar online activiteiten: gezelschapsspelen, drankspelletjes en cantussen via de computer. Pas helemaal aan het einde van het 1e semester normaliseerde de situatie een tijdje min of meer. In het tweede semester was de dreigende zware nevel van het coronaspook nog niet weggetrokken. De actieve clubleden trokken tussendoor naar de terreinen aan Alma 3 en het Sportkot, naar de dierentuin van Planckendael of naar een eigen toevluchtsoord aan de Martellekensweg in Kessel-Lo om ver van alle corona-toestanden ongestoord leuke clubactiviteiten te doen.
Het academiejaar 2021-2022 van preses Mathijs Meyers (Panty) werd in september op gang geschoten met boeiende clubvakantie naar Boedapest (Hongarije). Nadat er centjes werden verdiend op de Sanicole Airshow, volgden de clubavonden elkaar aan een hels tempo op: openingsactiviteit/schachtenwerving, spelletjesavond, openingscantus, rolling, clubmonopoly…De Dies vond plaats in Kessel-Lo. Na de paëlla en een moeilijk kwis werd de avond afgesloten in de onvermijdelijke Paradox in Kessel-Lo. Nadien volgden nog enkele leuke clubavonden tot opnieuw corona opdook. Door corona was de kerstmarkt van Leuven afgelast, dus zijn we die van Brussel gaan bezoeken. Gelukkig zat Rubbel op dat moment nog op kot in Brussel dus kon hij ons alle goede cafés tonen. Prins carnaval, een co-activiteit met de Vli-Vli, Hagelandse kar, co-act met Bezem Brussel, bezoek aan de Vlooybergtoren, Na twee jaar zonder galabal als gevolg van de corona-perikelen, vond opnieuw een galabal plaats. Het feest vond plaats in de Waterhoek in Geetbets.
Onder preses Wannes Desaeger (Fors) werd tijdens het academiejaar 2022-2023 een paar centjes verdient om het activa leven makkelijker te maken. De twee belangrijksten daaronder zijn Sanicole Airshow afbreken en een nachtje matten leggen in Sportoase. De Hagelanders waren van de partij op de Kweikersfeesten in Tienen. De Dies Natalis bracht ons dit jaar naar Aarschot. Na een wandelzoektocht doorheen de stad, was op het KAF (Kreatief Atelier Feestplek), verscholen in de bedrijvenzone van Aarschot de receptie met Hagelandse streekbieren, een diner volledig in het teken van Rusland, de huldiging van de jubilarissen en een heemkundige quiz. Het galabal vond dit jaar plaats in Het Posthof in Vissenaken (Tienen). De Hagelanders toonden hun goed hart door een fundraiser te organiseren voor Daisy van de Prof die bij een brand zwaargewond raakte en vrijwel al haar bezittingen verloor. In mei stond er ook nog een Black & White fuif op het programma.
De 150e bestaansverjaardag van de club werd gevierd tijdens het academiejaar 2023-2024. Preses Pieter-Jan Kollman (Trakker) haalde alles uit de kast om er een geslaagd lustrumjaar van te maken. De Dies Natalis vond dit jaar plaats in Leuven. Na de traditionele oud-leden herdenking in Vlierbeek volgde een stadswandeling in het centrum van Leuven langs de belangrijkste locaties uit 15 decennia clubgeschiedenis. Het diner vond plaats in de zaal Patria, de opvolger van het verdwenen clublokaal met dezelfde naam in de Tiensestraat. Als afsluiter was er een quiz in het Verbondskot in de Naamsestraat. Preses Trakker pakte overigens uit met een druk gevuld jaarprogramma. Zo was er een nu al legendarische busrolling door de regio. Na een stevige maaltijd in het Wagenhuys aan het kasteel van Horst, hielden de clubleden na een tussenstop in Aarschot halt in café Railz aan het station van Zichem waar oud-preses Tefal uitgebreid trakteerde. Het druk bijgewoonde galabal vond plaats in het stijlvolle Hof Ten Rhode in Schaffen. Daar werd uitgepakt met een eigen lustrumbier dat was gebrouwen in de thuisbrouwerij van prosenior Fors in Westmeerbeek. Ons Hageland was goed vertegenwoordigd op de Beiaardcantus in Tienen en sloot uiteindelijk het academiejaar af met een clubuitstap naar zee.
In een jaar dat volgt op een lustrumjaar is de vrees voor algemene decompressie nooit veraf. Preses Luka Coremans (Haas) slaagde er in 2024-2025 desondanks in om een stabiele en constante werking te garanderen. Het clubcafé bleef net als de voorbije jaren de Villa Artois op de Leuvense Oude Markt. Daarnaast was ook het kotadres van de preses langs de Leuvense ring niet zelden het punt van afspraak. De preses dokterde een volwaardig én betaalbaar jaarprogramma uit waarbij het groepsgevoel en spelplezier primeerden. Gamen, monopoly, bingorolling/drankenspel, cafésporten, (bier-)ganzenbord, stippelspel, casino, viltje draaien…alles kwam aan bod. Daarnaast trok de club regelmatig op rolling langs cafés en fakbars en was Ons Hageland aanwezig op tal van activiteiten van de gilde, het SK en andere clubs. Tijdens de Dies werd de stad Diest uitgebreid verkend met de enige echte stadswachter als gids. Het geslaagde galabal vond voor de eerste keer plaats in de zalen Bertembos in Bertem.
Preses Maxim Sirij (Fluo) kon het academiejaar 2025-2026 op 23 september op gang schieten in een gloednieuw clubcafé. De Alegria – tegenover de Villa Artois op de Oude Markt – was voortaan de nieuwe thuishaven van de Hagelanders. Het nieuwe clubcafé was van dezelfde uitbaters als de vertrouwde stek aan de overkant en de verhuis gebeurde dan ook in onderling overleg met zaakvoerder Bram Piquer. Na een sfeervolle bierbowling en geslaagde cantus werd het orgelpunt van het eerste semester gezet met de Dies Natalis in Vlierbeek. Na het traditionele herdenkingsmoment voor de overleden oud-leden werd de tijdelijke tentoonstelling bezocht ter gelegenheid van 900 jaar Abdij van Vlierbeek. Voor het avondeten en de quiz kon een bezoek aan het legendarische café In den Rozenkrans uiteraard niet ontbreken. Eind februari was een ruime delegatie van Ons Hageland te gast op de afscheidsfestiviteiten can café Carlisse, de zaak van oud-commilito Nathan. Het hoogtepunt van het tweede semester was zonder twijfel het jaarlijkse galabal in het Bertembos in Bertem. Qua wekelijkse clubavonden en engagement binnen de gilde en het SK werd het nadien zoals aan het begin van het academiejaar gevreesd en aangekondigd wat stil. De preses had stageverplichtingen en de meeste andere commilitones waren aan het afstuderen of hadden ondertussen de stap gemaakt naar het leven van de werkmens. Na enkele leuke en boeiende clubjaren was het duidelijk tijd voor een nieuwe generatie Hagelanders om de fakkel over te nemen.
KRISTOF DEBECKER v. Bleu
